• Bel: (0548) 859 690
  • info@nelettavanheuven.nl




IS DEZE STOEL VRIJ? (3) Opendakjesdag bij De Dikke van Dale

Ere wie ere toekomt: het idee is van Martin Bril. Hij heeft het fenomeen gespot
en beschreven, althans, de feminiene versie, niet de masculiene. Hoe kan dat.
Als je oog hebt voor rokjesdag mag de opendakjesdag je niet ontgaan. Ze vallen
meestal kort op elkaar: de man wil iets meer zon en komt dus later in het
geweer. Misschien vond Bril dat die dag door een vrouw beschreven diende te
worden, maar ik vermoed dat de echte verklaring is: Martin woonde niet in
Deventer.                                                                                                                  
Vogelaars geven elkaar de locatie door wanneer ze zeldzame vogels spotten,
maar wie wees Bril op de Deventer opendakjes. Ja, hij zag de Cabrio’s natuurlijk
over ’s Heren wegen toeren, maar dat verdient nog niet het embleem flaneren.
En dat is het criterium!                                                                                                                   
Wel, dat feest vind je nergens zo uitbundig als in Deventer. Waar precies?
Langs het terras van De Dikke van Dale. Wat maakt die locatie zo uniek.          
Je Cabrio kan in een hoek van 90 graden traag verend om het terras heen
zwieren, als een zeilscheepje bij windkracht 2. Zo krijgt de terrasganger alle
gelegenheid om te bewonderen. En bewonderd worden daar is het allemaal om
te doen. Waar de vrouw flaneert met kortgerokte dijen boven hakjes, etaleert
de man zijn gemotoriseerde spierballen op de kasseien. Wroem, wroem.
Onontbeerlijk attribuut is de baseballcap. Tegen de wind, denk je eerst, maar
als de machos het terras opkomen en hun petje lichten, blijkt het hoofddeksel
vooral tegen kalende schedeldakjes te zijn uitgevonden. Bijna zou je van
kaledakjesdag willen spreken, maar dan doe je hun behaarde soortgenoten
tekort. Kalekakjesdag heeft zijn kans gemist. De Cabrio is, net als golf, allang
gemeengoed. Nee, ik vermoed dat de baseballcap de kwajongen in de man
naar boven haalt: het klepje suggereert iets ondeugends dat garant staat voor
eeuwige jeugd. Ik kan er naast zitten.                                                                                              
Dit jaar valt dakjesdag op Eerste Paasdag. Ik vind een stoel met uitzicht op de
mobiele catwalk. Willem offreert met vaste horecahand en onnavolgbaar
charmante glimlach mijn Chardonnay; je moet er wel wat bij te drinken
hebben. Alras stevent het eerste exemplaar uit de richting van de IJssel de
Nieuwe Markt op. Een grote forse man wiens zwarte lokken de pet overbodig
maken, heeft zijn lichtblauwe freule, een Old American Cadillac, tot in de
puntjes gepoetst. Hij stuurt strak voor zich uit, het halve terras kent hem en
dan is zwaaien geen beginnen aan.                                                                                
Het bewijs is nu al geleverd: dakjesdag is hier.                                                                                    
Dan zeilt een BMW uit de Z-serie de markt op, een obligate blondine achter het
stuur. Is ze nu alvast de bob? Gehuld in Burberry, hij in Hugo Boss. Je zult een
cabrio-paar nooit betrappen op wat het fietser-paar naast mij aandurft: in
unisex en aan de muntbladerenthee. Ach, het geluk wordt nu eenmaal bereikt
langs heel verschillende routes. Hoewel, merkenregen heeft ook iets uniforms.                                                                   
Opletten, daar nadert een zwarte Renault Mégane privilège 2. Achter het stuur
een gebronsde heer onder een lichtblauwe baseballcap met het logo van Ralph
Lauren: de man op polopaard. De beige lederen stoel ernaast is … vrij.                      
Ik ben blond, er kan nog van alles gebeuren vandaag en dat is ook de
bedoeling van dakjesdag.                                                                                          
Willem brengt mij nog een glas en dan verslik ik mij bijna: een roomwitte
Jaguar XK120 DHC uit 1954 met bordeauxrood leder schraagt twee bejaarde
zwanen, hij met witte hoed, zij haar hoed vastgezet met witwapperende sjaal,
zo weggezwommen uit Oud Geld. Even later laveren ze tussen tafels door mijn
kant op en strijken hun zeilen pal voor mijn neus.                                                           
“Zo schat, toch blij dat ik heb doorgezet?”                                                                          
De aristocraat verzucht: “Uiteraard”.                                                                      
Dan komt Sylvia de bestelling opnemen: “Twee Viogniers graag, mevrouw.”
Opnieuw neigt de adellijke dame naar haar stroeve echtgenoot en fluistert
“Toe, zeg nou eens iets liefs!”                                                                                               
Er volgt een hemeltergend lange stilte, waarin zij met tanende hoop in haar
ogen afwacht en hij verdwaald lijkt in een labyrint van voorbije woorden.    
Eindelijk buigt hij naar haar over en zegt: “Wat zei je nou ook weer … precies?”                                                                                                                        
Zij zakt terug in haar stoel, de gloed in haar ogen is gedoofd.                                  
Ik richt mij van lieverlede op de cabriole catwalk: Golf 1, Triumph Spitfire, rode
Saab, MG en nog meer fraais tot ik word opgeschrikt:                                                                                
“Is deze stoel vrij?”                                                                                                                      
Ik kijk in ogen diep als meren waarin een lichtblauwe hemel wordt weerkaatst
… aan de einder een man op polopaard.