• Bel: (0548) 859 690
  • info@nelettavanheuven.nl




IS DEZE STOEL VRIJ? (11) Familiediner in Huis Vermeer

Kostbare tip voor mannen. Wil je een vrouw het hof maken én haar blijvend vrouw laten voelen, zodat ze zich er naar gedraagt: behandel haar met égards. Ouderwets? Geenszins! De hoffelijkheid van een hedendaagse gentleman is nog even effectief als de capriolen van Casanova bij zijn courtisanes.
Wat een vrouwenziel van haar laatste restje twijfel berooft is de entourage.
De scheppers van Huis Vermeer hebben dit begrepen. Zelfs het wc-rolletje oogt chic door het Vermeer-vignet.
Ik loop vol trots naast onze gevierde stadsdichter Herman, een gentleman in hart en nieren, de rode loper op. Na de kinderkopjes een weldaad voor mijn hoge hakken. Huis Vermeer opent zelf zijn poorten zodra je het bordes betreedt. Aan het einde van de gang neemt een galante ober onze jassen aan en begeleidt ons naar de statige Wim-Van-Dijkkamer die uitkijkt op het Grote Kerkhof. Op een kamer als deze kleed je je. De wandgrote 19e-eeuwse schilderijen, de kroonluchters, alles ademt de sfeer van de gegoede burgerij uit vervlogen tijden, waardoor je onze dagelijkse digitale terreur in één klap achter je laat.
Terwijl we aan een cava nippen ontvouwt Herman een Stentorartikel: er is een zeearend gesignaleerd! Hij meent de vogel te hebben gespot vanuit zijn eigen arendsnest aan De Welle. Dat vroeg om een gedicht. Hij draagt het voor met zijn fagotstem, die nog steeds vrouwenharten op hol jaagt.
Naast ons resideert een gezin dat lijkt weggewandeld uit de muurschildering achter hen. Vader heeft zijn driedelig grijs opgevrolijkt met roodzijden pochet. Moeder, wier jukbeenlijnen getuigen van voorbije schoonheid, heeft heur haar gevat in een strakke wrong. Twee zonen zitten gevangen in hun Engelse maatpakken. Eén schoondochter is aangepast gekleed in een zwart jurkje met kanten biezen, de ander voert haar eigen stijl: een felgekleurde volle bloes met wilde patronen en het zwartgeverfde haar artistiek bijeengeschoffeld in een schildpadknip.
Je hebt je schoonfamilie niet voor het uitkiezen; dat geldt wederzijds.
Het gezelschap converseert op beschaafde toon, maar ik kan de gesprekken moeiteloos volgen. Simultaan kijken en luisteren is mijn tweede natuur.
Nadat gastheer Van Lu hun glazen heeft bijgevuld, staat vader op en heft zijn glas.
Moeder produceert een gespannen lachje, de zonen verstijven, de ene schoondochter kijkt uitdagend, de andere alsof ze is verdwenen.
“Lieve kinderen, mammie en ik hebben jullie niet zomaar uitgenodigd: wij hebben iets te vieren. Ons Jachtbouwbedrijf bestaat vandaag 80 jaar!
Na grootvader heb ik het bedrijf 40 jaar varende gehouden op de maatschappelijke baren. Nu onze jongste zoon zijn studie bedrijfskunde heeft afgerond…“ - doodse stilte terwijl hij iets uit zijn broekzak frommelt-, “acht ik de tijd rijp mijn pijp aan Maarten te geven”.
Het beschaafde gelach onthult dat de zoon die hij het relikwie voorhoudt Maarten heet. Maarten zelf lacht allerminst. Hij laat de hand-met-pijp in de lucht hangen en kijkt naar zijn kleurrijke vrouw die zichtbaar geniet van de ontstane situatie. Op haar knikje neemt hij het woord.
“Vader, ik heb besloten mijn kennis in te zetten voor Florentiens talent.
Ik ga haar schilderijen via marketing een wereldwijd podium bieden …”
Vader breekt met bariton in. “Talent? Die uh … kleurplaatjes?”
Charles!” Mammie schrikt van haar eigen decibellen.
Florentien vecht om haar boosheid binnenboord te houden.
Maarten houdt zijn roer recht: “Ze lenen zich uitstekend voor posters en wenskaarten, dat verkoopt tegenwoordig beter dan de schilderijen zelf!” Vaders wangen concurreren met purperrode wijn. “Gooi jij een goedflorerend familiebedrijf overboord voor Hallmark-handel?
Welke zoon krijgt zo’n kans?”
“Ik niet, bijvoorbeeld!” hoor ik de oudste zoon mompelen.
Hij krijgt lik op stuk: “Had jij maar moeten studeren in plaats van jointjes roken.”
Mammie grijpt in: “Charles, kinderen, wij praten dit thuis uit”.
Er wordt getoast en het familiediner hervat zijn keurige koers.
Ik denk aan Leonard Cohen: “In alles zit een scheurtje.”
Als we even later gearmd van loper op kasseien stappen, blikken we omhoog. Een reusachtige vogel landt op de balustrade van de Lebuïnustoren.
“Dat is ‘m!” roept Herman verrukt. “Ik heb de zeearend dus écht gezien!” Tenminste één man gaat blij naar huis.