• Bel: (0548) 859 690
  • info@nelettavanheuven.nl




IS DEZE STOEL VRIJ? (12) Liefdesvlees in Restaurant Boas

De Duitse filosoof Ludwig Feuerbach beweerde: De mens is wat hij eet.
Deze gedachte stelend, stelden de psychologen Diederik Stapel en Roos Vonk dat rood vlees eten agressiebuilen kweekt. Vegetariërs zouden vredelievender zijn. Bewijzen konden ze het niet.
Het omgekeerde valt evengoed te verdedigen: De mens eet wat hij is.
Je bent fijngevoelig geboren, krijgt geen hap door je keel van het gisteren nog geaaide maar nu morsdode kerstkonijn en wordt vegetariër.
Of: je was op de kleuterschool al een agressieve blaaskaak, de schrik van het schoolplein, en wordt dol op barbecue. Dat er hoegenaamd een verband is moge duidelijk zijn.
Mijn fijnbesnaarde zoon heeft niet toevallig twee vrije stoelen gereserveerd in Restaurant Boas, het Deventer mekka voor fijnproevers.
Gastheer Peter verwelkomt ons. Met zijn gesoigneerde manieren en Frans-adellijke looks vormt hij een wandelend bewijs van Feuerbach’s stelling.
Hij is het immers die de ingrediënten van de exquise Boas-keuken selecteert en voorproeft. Deze man is wat hij eet én serveert. Met zachte stem en een galante zwier wijst hij ons op het opstapje, zodat we ongeschonden onze klassiek gedekte tafel bereiken. Vol vertrouwen volgen we zijn drinkadvies, een droge Gascogne.
Mijn zoon monstert de kaart met kennersblik. Ik kijk rond en zie aan het raamtafeltje een reus van een man zitten die even gewichtig kijkt als zijn buik zwaar is. Hij is een lokaal bekende bankier. Tegenover hem houdt een zwaar geplamuurde vrouw haar glas omklemd als een reddingsboei.
“Ma”, fluistert mijn zoon verrast, “Een nieuw vleesje, Wagyu rund, supermals als gevolg van streling! Die aandacht maakt het prijzig.”
“O ja? Dus liefde verhoogt de kwaliteit van vlees”. Mooie gedachte.
Hij leest de beschrijving minutieus, alsof hij het zo al kan proeven.
“Boas!” Alle gasten schrikken op. Peter begeeft zich beheerst richting bankier. “Laat mij die Wagyu eens even proeven, jongen, voor ik daar mijn goeie geld aan vergooi, ha, ha!”
Een bankier, hoe volgestolen ook, blijft op “zijn” centen passen, dat is immers zijn grootste talent.
Terwijl Peter minzaam knikt, hijst de man zich omhoog en loopt over de lichtkrakende eeuwenoude vloerdelen richting herenwc.
“Pas op het afstapje, meneer” hoor ik een van de obers waarschuwen. Een binnenkomend echtpaar met kind wordt gewezen op het opstapje.
Een afstapje is vanuit tegenoverliggend perspectief een opstapje.
Een behoorlijke belasting voor het personeel, peins ik, iedere stijgende of dalende gast eindeloos en foutloos op die drempel attenderen. Als de bankier op zijn terugweg opnieuw wordt gewaarschuwd, wuift hij het geërgerd weg: “Ja, nu weet ik het wel, jongeman, ik ben hier kind-aan-huis.”
Help, als ik niet oppas ga ik tellen: 3x op, 2x af. Gelukkig blijft mijn zoon culinair geconcentreerd. Ik volg zijn suggesties: Coquilles vooraf en Maas-Rijn-IJsselrund als hoofdgerecht.
De bankier braakt zijn Wagyu-lof de zaal in. “Je hebt gelijk, Boas, dit is voor carnivoren het neusje van de zalm. Ha, ha, ha. Doe maar tweemaal!”
“Hij kan het zich nu weer permitteren”, snuift mijn zoon, “dank zij Zalm”.
Er komen steeds meer gasten over de drempel, pas-op-opstap, maar de verhalen van mijn zoon houden mijn dwangmatigheid binnen de perken. We genieten van een verrukkelijk maal gelardeerd met bijpassende wijnen.
Tot slot trakteert Peter ons op een bijzondere ijswijn. Als de eerste slokjes als engelentranen op onze tongen dansen, schrikken we op van een rauwe kreet, gevolgd door een reusachtige dreun, die de vloer vervaarlijk doet trillen. Even wanen we ons in Groningen. Alle gasten schieten kaarsrecht overeind en staren richting drempel. Daar ligt languit, op zijn buik als airbag de bankier, zijn gezicht verdwenen in een roze bavaroistaart. Peter dooft vliegensvlug de kaarsjes.
“Mijn taart!”, piept het kind beteuterd. De beroofde ober houdt zijn leeggeveegde dienblad stijf voor zich in de ijdele hoop dat deze film wordt teruggedraaid. Van zijn gezicht spatten ontzetting en schuld.
Werd die derde fles hem ondanks gedegen training fataal?
Toch niet zo kind-aan-huis als hij voorgaf?
Twee man sterk takelen de bankier overeind. Als een boze Bassie schieten zijn ogen vuur richting ober.
Mijn zoon stelt vast: “De klant is koning, ook als hij zijn nek wil breken”.