• Bel: (0548) 859 690
  • info@nelettavanheuven.nl




Verwende pauwen op Vogeleiland

Herfstkleuren lokken mij naar het Deventer Singelplantsoen.
Horden gele blaadjes hollen achter elkaar aan. Het moet een Kunstenaar zijn geweest, om deze majesteitelijke pracht in de gedaantewisselingen der seizoenen te kunnen scheppen.
Na mij gelaafd te hebben aan deze vergankelijke maar terugkerende schoonheid, wandel ik naar een andere bron van lafenis: het paviljoen.
Voor ik de trap bereik, word ik getroffen door een oeroud tafereeltje: een oma en haar kleinkind voeren de eenden.
“Doe ik het goed, oma?”
“Ja, jongen.”
Als de brutale beesten op hem af stuiven schrikt het ventje terug, maar hervat moedig zijn taak. De broodkruimels worden zorgvuldig verstrooid, zodat elke eend te eten krijgt.
Alsof hij het van Zwarte Piet heeft afgekeken.
De boterhammen zijn op. Oma stopt het plastic zakje keurig in haar geel-blauwe Zeemantas. “Kom Daantje, nu gaan we onszelf voeren.”
Ze lopen hand in hand richting trap. Zij moeizaam, met een haperende heup, hij huppelend op zijn x-beentjes.
Ik manoeuvreer tussen de statig rond paraderende pauwen door.
Op het terras vind ik een tafel vrij tussen oma-en-kleinkind en twee piekfijn geklede jongedames, chillend achter hun Apple-iPhones en een fles Pino Grigio Rosé.
Het kleinkind zal amper vier zijn, maar over zijn gezichtje ligt een waas van treurigheid, alsof het ergste zich reeds heeft voltrokken. Komt het door zijn flapoortjes, rode peenhaartjes en x-beentjes? Daarmee gepest worden wacht hem dunkt me pas op school.
De zon schijnt flauwtjes, dus oma vraagt Shermal, de gedreven uitbater, om kruidenthee, voor Daantje warme chocomel en een tosti.
Ik bestel een glas rood.
Op het gelaat van de vrouw ligt een zwaar leven gekerfd waar niemand jaloers op zal zijn. Ze oogt versleten en verslagen. Haar voeten zijn in sandalen gewurmd vanwege eeltbulten. Steunkousen beschermen tegen springende vaten en oprukkende herfstkoude.
De twee bloedmooie meiden vergapen zich aan hun selfies die ze in hoog tempo en met verlengde armen van zichzelf en elkaar maken.
Perfecte smoeltjes, glanzende haren, blinkende tanden, slank postuur en pronte boezems. Alles om stinkend jaloers op te worden, behalve hun ijdeltuiterij: waar narcisme heerst, ontbreekt de liefde.
Liefde, dat zie ik hier voor me, hoe oma en kleinkind naar elkaar kijken en met elkaar praten. Beiden aanzienlijk minder bedeeld door Onze (beslist géén) Lieve Heer (als het aankomt op uitdelen van schoonheid).
“Oma, vliegen de vogels van het park nooit weg?”
“Alleen trekvogels, Daantje, die vluchten voor de winterkoude en reizen naar warme landen.”
“Net als papa naar Bali, met die bruine mevrouw?”
Het gezicht van de vrouw betrekt: “Ja, maar die blijven daar.”
“Is mama daarom overgespannen?”
De grijze vrouw knikt verdrietig. “En ze kan de huur niet betalen.”
“Gaat dokter Brinkgever haar helpen met de huur?”
“Helpen zeker, lieve jongen.” Ze aait over zijn peenhaartjes.
“Hoeveel nachtjes nog, oma? Een, twee, drie?”
“Iets langer, denk ik.”
“Niet erg, oma, dan kan ik veel bij jou losjeren.”
Daan lurkt tevreden aan zijn chocomel, de zon schittert in het oogvocht van zijn oma.
Het gegiechel van de gezegende dames wordt irritant luidruchtig.
Hun fles is leeg. Ondanks hun knappe smoelwerk weten ze gekke bekken te trekken naar hun Apple-iPhones: “Wauw! Vet gaaf!”
Plotseling schateren ze het zo hard uit dat Daan schrikt en chocomel knoeit op zijn joggingpakje. Oma dept met een zakdoek.
“Sorry, oma. Ik schrok.”
“Geeft niet, kind.”
“De vogels schrokken ook; ze vlogen uit de bomen.”
Oma wenkt Shermal en rekent af.
Daantje loopt schoorvoetend naar de ijdeltuiten.
Met een doodernstig gezichtje stelt hij zijn vraag.
“Zijn jullie vogelverschrikkers?”
De meiden trekken hun wenkbrauwen hoog op boven kille ogen.
“Hé joh, denk je dat je leuk bent?”
Het jongetje slaat zijn ogen neer en schudt bedremmeld zijn hoofd.
Voor ik de tuthola een draai om haar bevallige oren kan geven, trekt oma hem mee. Weg van de arrogantie en zelfingenomenheid.
De Zeemantas zwabbert wild.
Bij de trap slaakt ze een diepe zucht.
Het kereltje pakt haar hand: “Kom oma, ik hou je wel vast.”
Samen dalen ze behoedzaam de trap af.
De dames schieten hun duckfaces. “Wauw! Meteen posten op Facebook!”
Twee eenden vliegen verschrikt op, onder protest: “Kwaak, kwaak!”
Ik volg de vallende blaadjes op hun laatste tocht.
Majesteit Herfst heeft op deze koninginnen-op-eigen-troon geen vat.